Het leven vergelijk ik vaak met een zandweg. Elke dag rij je met je kar over dit mooie weggetje, door weer en wind. Soms regent het een beetje, maar even later schijnt alweer de zon.

Heel langzaam, zonder dat je het merkt maakt jouw kar een spoor in het zand. Het begint te regenen, dagen en dagen lang. Met heel veel moeite lukt het jou nog, om via de berm om de plassen heen te rijden. Regen, hagel, sneeuw en soms stormt het zelfs een beetje. Als je achterom kijkt zie je diepe kuilen en sporen. Je gaat door, elke dag opnieuw, dag in dag uit. Je kunt bijna niet meer, het gaat steeds langzamer, maar je moet verder.

Op een dag zit je helemaal vast. Je kar zit tot de assen aan de grond. Je kunt niet meer voor of achteruit. Vol verbazing kijk je achterom. Je ziet een onvoorstelbaar diep spoor met hele diepe kuilen. Wat moet jij krachtig en sterk geweest zijn om elke dag die zware kar over dit slecht pad heen te kunnen duwen. Je vraagt je af ‘’Hoe kom ik hier weer uit? ’’.

Ik zie mijzelf als een onderhoudsmedewerker. Ik zorg voor emmers en schoppen, ik wijs waar het zand ligt. Met dat zand kun je zelf eerst de ergste gaten dichten, één voor één. Met de schop vlak je de middenberm af. Jou pad wordt langzaam weer begaanbaar. Het zandpad van een kind is gelukkig nog niet zo diep ingesleten als het pad van een volwassene.

Vaak denk ik,’wat zou het toch mooi geweest zijn als ieder als kind al geleerd had hoe zij hun pad begaanbaar konden houden’.

Voor mij geldt ‘jong geleerd is oud gedaan’.

Ina Meijer van Rhee